Oprichting Ons Genoegen.

De muziekvereniging Ons Genoegen werd op 4 september 1904 opgericht in Wormerveer door leden van de muziekvereniging Excelsior.
De eerste reden voor de oprichting luidt dat na verloop van tijd de middenstand de overhand gekregen had binnen Excelsior en een beetje naast de schoenen was gaan lopen van verwaandheid. Zo stond er zwart op wit dat een kind van een sjouwerman geen lid kon worden van Excelsior. Reden dus voor de ‘gewone man’ om een eigen vereniging op te richten.
De tweede reden begint bij de heer Jaapies, van beroep veehouder en woonachtig aan het Sluispad in Wormerveer, die wilde dat zijn zonen Arend en Dirk een muziekinstrument leerden bespelen en dit besprak met de heer Lürsen, de dirigent van Excelsior. Deze man stuurde hem naar een ander lid van de vereniging, zijn schoonzoon Albert Meijns.
Albert wilde zelf wel een muziekvereniging beginnen maar hij en zijn toekomstige muziekanten waren niet in staat om geld bijeen te brengen voor de muziekinstrumenten. Voor de heer Jaapies was dit geen punt en er werden twee instrumenten à contant gekocht bij Flentrop in Koog ad Zaan.
Welke van beide verklaringen juist is, is moeilijk te zeggen. Waarschijnlijk bevatten ze beiden een kern van waarheid.

In de oude notulen wordt de oprichting van Ons Genoegen door Jaapies als volgt beschreven: “In augustus van het jaar 1904 verschenen een 10-tal jongelieden bij mij op de korte laag, die meenden naast de bestaande muziekvereniging een tweede te moeten oprichten”. Na vele onderlinge discussies keerde men na afloop met blije gezichten en vol goede moed huiswaarts met het vooruitzicht dat op de volgende bijeenkomst de officiële oprichting zou plaats hebben en dat was 4 september 1904. Het verhaal van misschien een nieuwe muziekvereniging deed in het dorp al snel de ronde en het aantal jongelieden nam met 6 personen toe.
Toen op zondagmorgen de jongelui weer aanwezig waren, vroeg de gastheer na enige tijd het woord. Na alles nog eens goed doorgesproken te hebben werd er toegezegd, dat de gastheer de op te richten vereniging financieel zou steunen. De heer Jaapies vertelde dat de huidige tijden niet zo best waren, maar dat hij toch niet te klagen had. Hij had nog een stelletje varkens lopen van Wessanen-Laan en die brachten vandaag de dag, september 1904, nog aardig wat op.
De aanzet was van Albert Meijns, die werkte op de voormalige rijstpellerij De Unie en de heer A. Jaapies was de financiële steunpilaar. Echter het waren de varkens van de heer Laan die de knoop doorhakten en bij een plaatselijke slager het loodje legden. Waar een karbonaadje en speklapje toch al niet goed voor zijn.

Na verloop van enige weken kon er met muziekles begonnen worden, er waren toch immers nog geen instrumenten. Theorie had immers de grootste prioriteit en er moest ook nog het een en ander geregeld worden. In deze beginfase repeteerde men in de boerderij zondag om 10 uur 's morgens. 's Zomers werd er veel buiten gerepeteerd in een daarvoor zelf in elkaar geknutselde rieten muziektent, die ook op het erf van de boerderij stond. De zitplaatsen van de muziekanten waren het melkkrukje, een bankje of op een oude stoel en zelfs de beddenplank kwam er aan te pas. Deze lag dan tussen twee stoelen, zodat er meerderen op konden zitten.
Later in de tijd verhuisde men naar café Transvalia van de heer Sman, gevestigd in de Transvaalstraat. Volgens de notulen van weleer staat het te boek als een uitstekende repetitielocatie.
 
Het eerste buitenoptreden vond plaats ter gelegenheid van de zangvereniging Werkmanslust. Deze had op een zangconcours een 3e prijs gewonnen en werd vanaf het station muzikaal ingehaald. In optocht met muziek voorop werd ze begeleidt naar haar repetitielocatie. Er deed zich echter een klein probleem voor, er was namelijk nog maar één mars in studie, n.l. ‘Le Drapean de Beets’. U begrijpt, dat deze mars verscheidene malen werd gespeeld.

Na een half jaar kon de dirigent Albert Meijns met trots spreken van een vereniging met maar liefst 60 leden. Dat er veel enthousiasme was, bleek toen de vereniging 17 juni 1906 voor de eerste maal op concours ging naar Midden Beemster. Het vervoer visa versa vond plaats per Rijperboot. Om 8 uur 's avonds ging men weer naar huis met jawel, 2e prijs afd. harmonie. Bij thuiskomst op de loswal nabij de stationsstraat stonden volgens overlevering minstens 2000 mensen te wachten op de boot met hun muzikanten.
Het juryrapport was als volgt; “jury bestaat uit: H.H.S. Brons, muziekleraar, Den Helder, J.B. Koning, directeur koninklijke Marine Kapel, M.L. Lürsen, Wormerveer. Verplicht werk: ‘La Rosiero’, vrije nummer: ‘Eluiro’. In aanmerking genomen dat dit corps voor het eerst aan een wedstrijd deelnam, was de uitvoering van de werken niet onverdienstelijk, hoewel er nog veel fouten konden worden aangewezen. De stemming in beide nummers liet nog al eens te wensen over. De accenten werden veel te overdreven uitgevoerd, de melodie te hoekig en te houterig behandeld. In de p en pp gedeeltes veel te hard gespeeld (waar wordt dit meer gehoord?) Het geheel was ritmisch niet af, pistonsolo slechte voordracht en de bassen krasserig en lelijk van toon, kleine trom verdienstelijk en maakte mooie roffel. Beloning 2e prijs - 42 punten”.
Ons Genoegen was niet het enige Zaanse korps. Later in de middag trad Zaanlands Kapel o.l.v. H. Hartmans op. Zij speelde: ‘Festival’ van Leutner en ‘Poêt et Paysan’ van Suppé. 1e Prijs met bijzondere lof van de jury voor bedaard en correct spel, 70 punten. Ook was aanwezig Oost-Knolledammer Kapel. Zij kregen een 1e prijs in de concertwedstrijd en 's avonds werd de ‘Prix d' Excellence’ een zilveren lauwerkrans toegekend voor het excellente spel.

Op 9 september verleende men medewerking aan het festival van Onderling Genoegen uit Krommenie ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan, gehouden op het feestterrein aan de Wilhelminastraat. Uitgevoerd werden de volgende orkestwerken: ‘Vendance et Moisson’ van A. Tack en ‘Songe d'Amour Fantashe’ van H. Kling.

In 1907 ging de vereniging per stoomtrein naar Santpoort en het muziekkorps dat amper 3 jaar bestaat waarvan het eerste jaar wel vergeten kan worden, gaat naar huis met een 1e prijs in groep A. Er is helaas geen juryrapport bewaard gebleven, alleen een krantenknipsel, waarin staat dat de jongens van Oom Ab huilden van blijdschap en ontroering.